kasblog.punt.nl
Ik had u deze week een vervolg op mijn polemiek met Philip Huff beloofd, maar dat wordt een weekje opgeschoven, want was vergeten dat ik de hoofdredacteur van hard//hoofd had toegezegd een column rond de verkiezingen te schrijven. Lekker actueel dus. Vandaar het volgende staaltje oud-hollands engagement:
 
‘U kijkt zo lief’ waren Balkenende’s gedurfde woorden tegen RTL-presentatrice Mariëlle Tweebeeke. Mevrouw Halsema zou hem op een knietje getrakteerd hebben als hij dat tegen haar had gezegd, zo liet zij na het debat weten. Maar goed, geen man haalt het natuurlijk in z’n hoofd zoiets tegen Femke te zeggen. Femke versieren vereist een subtielere aanpak, met linksdraaiende kookkunsten boven spaarzame verlichting. Mevrouw Tweebeeke leek echter niet geheel ongevoelig te zijn voor dit staaltje verleidingskunst van de demissionair minister-president. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...   (1 reactie)
Eergisteren plaatste ik een open brief aan mijn collega-columnist Philip Huff op hard//hoofd, naar aanleiding van zijn vele stukken over de positie van de twintiger. Vandaag is zijn reactie te lezen. In mijn column van aankomende maandag zal ik daar weer op ingaan.
Lees meer...
Afgelopen Felix & Sofie (18 mei) vond een gesprek plaats over psychoanalyse en een gesprek over technische ontwikkelingen. In de column waarmee ik de avond opende trachtte ik die twee onderwerpen te combineren:
 
''Een goede vriend had vol trots op zijn Facebook vermeld dat hij een E-Reader gekocht. Sinds ik hem ken heb ik hem nooit op het lezen van een boek kunnen betrappen, maar in een paar maanden tijd verslond hij de godganse wereldliteratuur op dat apparaat.'' [Lees verder op de site van Felix & Sofie]
Lees meer...
Mijn hard//hoofd-collega Philip Huff schrijft stukken rond de vraag of de twintiger wel voldoende gerepresenteerd wordt in de media. Ik vind die vraag nogal onzinnig en besloot daarom een polemiek met hem te initiëren. Dit is mijn startschot:
 
Beste Philip,

Je bent weliswaar enkele maanden jonger dan ik, maar daar kan het toch zeker niet aan liggen. We hebben een aantal schijnbare overeenkomsten – studeerden beide filosofie, houden van Bob Dylan en Spinvis en schrijven graag – maar toch staan we volgens mij totaal anders in het leven. Ik lees jouw stukken met plezier, want er spreekt een vurige betrokkenheid uit en daar houd ik van. Maar ik ben het eigenlijk met alles wat jij stelt (en dat is nogal wat) pertinent oneens.
[Lees verder op hard//hoofd

Lees meer...
Tot nu toe had ik het altijd weten te vermijden, de Nacht van de Filosofie. De enige reden daarvoor was simpelweg dat een kaartje te duur was met mijn studentenbudget. Maar een filosoof houdt er niet van om de werkelijkheid zo simpel weer te geven. Daarom deed ik het liever voorkomen alsof de Nacht eigenlijk onder mijn niveau opereerde; het was een plek waar elke zichzelf respecterende wijsgeer vooral erg ver van moest blijven. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...   (1 reactie)
Hij streelde mijn dijen op het wiegende ritme van het ‘Erbarme dich’. Onaangenaam was het zeker niet, maar wel wat vreemd. Ik kende deze man louter van tv-optredens en toch voelde hij als een oude bekende. Met zalvende stem zei hij ‘dit is goed jongen, dit is zoals het zijn moet’ en schoof mijn onderbroek met een zwierend gebaar van mijn billen. Antoine Bodar wist duidelijk waar hij mee bezig was. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...
Afgelopen dinsdag stond Felix & Sofie in het teken van het kapitalisme. Ik heb de foyer van Felix Meritis nooit eerder zo vol gezien, al zal dat vooral met de aanwezigheid van celebrity Jort Kelder te maken hebben gehad. Het was een interessante avond, met veel sprekers en debatten. Hier de column waarmee ik de avond opende:
 
''In de documentaire ‘RiP!: A Remix Manifesto’ pleit de Canadese filmmaker Brett Gaylor voor een mentaliteitsverandering op het gebied van intellectueel en cultureel eigendom.

Sinds het internet een integraal onderdeel van ons dagelijks leven geworden is, ligt alle muziek die ooit opgenomen is, alle films die ooit gemaakt zijn, slechts een paar muisklikken van ons vandaan.
''
Lees meer...
 Alhier de column die ik gisteravond voordroeg in de Melkweg:
 
‘‘Your uncle had an old saying:
“If you don’t vote, than you can’t complain”
Sizing up candidates first election day,
you thought: “I’m 18 and have no opinion either way”
’’

Cass McCombs – ‘Don’t Vote’

Als een kind in een snoepwinkel, zo voel ik mij. Want dit jaar mag ik maar liefst twéé keer stemmen! Tweemaal het spannende hokje in om met bevende hand een vakje aan te kruisen (ja, in Amsterdam gaat dat nog gewoon met de hand) en daarmee mijn democratisch recht te verzilveren. Wát machtig voel ik me dan. De toekomst van zowel het land als de stad ligt in mijn trillende handen. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...
Bij Felix & Sofie stond gisteren de esthetica ('leer van het schone') centraal. Maurits Romijn en Arnold Heumakers bespraken de theorieën van Kant en Schiller, die de fundamenten voor dit deelgebied van de filosofie hebben gevormd. Ik opende de avond met een column over mijn eigen ervaringen met het onderwerp:
 
Wat was mijn eerste esthetische ervaring? De eerste keer dat ik buiten mezelf trad door de schoonheid van iets? Ik kan mij dat niet herinneren, evenmin als dat mijn eerste seksuele opwinding en mijn eerste existentiële angst nog op m’n netvlies staan gebrand. Er zijn mensen die wel beweren dit soort zaken nog te weten als de dag van gisteren, maar die mensen moet je niet vertrouwen. Ze willen je het idee geven dat deze eerste indrukken openbaringen waren die de rest van hun leven hebben bepaald. Maar in openbaringen geloof ik niet, dat wil zeggen: openbaringen die vanuit het niets komen, als een poppetje uit een doosje, een deus ex machina. [Lees verder op felix-en-sofie.nl]
Lees meer...   (1 reactie)
Afgelopen dinsdag deed ik weer eens een column bij Felix & Sofie. De avond stond in het teken van zwangerschap, vluchtelingen en Hannah Arendt. Aangezien ik de enige mannelijke spreker op het programma was, besloot ik als gezond tegenwicht een vrouw-onvriendelijke opmerking en een grap over mijn piemel in mijn betoog te verwerken. Ik zeg dit maar even alvast, omdat u best weet dat ik mij normaal nooit tot dit soort goedkoopheden verlaag. Dan kunt u het nu ieder geval in de juiste context plaatsen.
 
Mijn vriendin is geen antisemiet, laat daar geen misverstand over bestaan. Toch vindt ze het maar belachelijk dat ik Joods ben. Ze is van mening dat elke identiteit geconstrueerd is en aangezien mijn familie nergens meer van kan genieten dan vet varkensvlees en vol trots zijn voorhuiden draagt, heb ik volgens haar niets om mijn joods-zijn op te beroepen, is het in feite allemaal aanstellerij. Mijn vriendin wil dat ik een Hongaar ben. Immers, de Hongaarse achtergrond van mijn familie is wél duidelijk aanwijsbaar. Ik ben niet opgegroeid met matse-ballen, maar met goulash. Goed, mijn voorouders waren inderdaad meer Hongaar dan Jood, daar heeft mijn geliefde zeker een punt. Maar ik ken toch enigszins meer geniale Joodse wetenschappers, filosofen, kunstenaars en komieken dan geniale Hongaarse wetenschappers, filosofen, kunstenaars en komieken. Identiteit mag dan misschien geconstrueerd zijn, het is toch mijn keuze waarmee ik me wil vereenzelvigen? Maar mijn vriendin vindt dat maar gemakzuchtig en opportunistisch, ik maak misbruik van de gehele situatie waarin ik geworpen ben. Als ik echt zo graag Joods wil zijn moet ik maar een vlucht naar Israël boeken en daar mijn vruchten plukken. Maar ik moet haar er vooral niet mee lastig vallen. Zou ze soms jaloers zijn? Dat ik iets heb wat zij niet heeft?

Mijn vriendin is geen antisemiet, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar zelfs als zij dat wel is, houd ik daarom nog niet minder van haar. Misschien is het zelfs wel précies de reden dat ik zoveel van haar houd, omdat haar afgunst wel eens de enige steunpilaar voor mijn hele joods-zijn zou kunnen vormen. Zij confronteert mij met mijn vermeende identiteit die volgens haar geen identiteit kan zijn en onderstreept daarmee die identiteit, houdt hem in stand. Door antisemitisme in mijn huishouden toe te laten kan ik pas daadwerkelijk Jood zijn. Natuurlijk brengt het wel gevaren met zich mee. Soms ben ik bang dat wanneer ik een keer op een onbewaakt ogenblik vredig lig te slapen zij mij met een aardappelschilmesje zal besnijden, om vervolgens het lapje vlees (in mijn geval best een flinke lap) onder mijn neus te drukken en te zeggen: ‘heb je nu je zin?’

Kijk, het is ook niet altijd even makkelijk om uitverkoren te zijn. Ik draag mijn taak als een loden last, maar met liefde. Het lijkt me verschrikkelijk om dat te moeten missen, om van 'het gewone volk’ te zijn. Moet minstens zo erg zijn als geen man te zijn, of op een andere manier invalide. Ja, ik heb het maar getroffen. Mij hoor je niet klagen. En als je me wel hoort klagen, mag je me dat niet kwalijk nemen. Het is mijn identiteit die dan opspeelt, het hoort er allemaal bij.

Misschien ben ik net zo Joods als dat mijn vriendin antisemiet is, misschien zijn wij allemaal wel het product van onze eigen constructie. Maar dat maakt het nog niet minder waar of echt. Toen ik geboren werd, was het eerste wat de vroedvrouw zei: ‘Ik zie het nu al, een echte columnist.’ Het had te maken met de manier waarop ik huilde, in afgemeten cadansen en af en toe met een rake punch-line. Het heeft mijn hele leven beïnvloed, mijn roeping lag nog voor het doorbreken van de navelstreng al vast en vanaf dat moment heb ik alles in het werk gesteld te worden wie ik was. Mijn moeder, die in de woorden van de vroedvrouw ‘communist’ had verstaan (en de communisten waren de reden dat zij Hongarije had moeten ontvluchten) verbood mij lange tijd m’n speelgoed met andere kinderen te delen. Als vriendjes over de vloer kwamen, moesten ze dus van huis hun eigen speeltjes meenemen. Op deze manier kwamen er natuurlijk steeds minder mensen langs. Daarom gaan mijn columns ook altijd over mezelf, van de rest van de wereld ben ik vervreemd geraakt. Eigenlijk ben ik dus een columnist van niks en dat alleen maar omdat mijn moeder de vroedvrouw niet goed verstaan had.

Maar misschien had mijn moeder het wél goed verstaan en had mijn vader er alleen maar ‘columnist’ van gemaakt om haar te kalmeren. In dat geval heb ik mijn tijd verdaan met het schrijven van columns en had ik mijn leven eigenlijk aan het maken van pamfletten moeten besteden. Maar als er daadwerkelijk iets als een roeping bestaat, dan vindt die roeping jou toch wel? Wat blijft er nog van mij over als mijn joods-zijn slechts bestaat in de sado-masochistische verhouding met mijn antisemitische wederhelft, mijn communisme verdoezeld is door een goed bedoelde leugen en mijn columnisme niet verder komt dan dit soort armzalige overdenkingen? Wie ben ik dan nog in godsnaam? En ben ik er eigenlijk wel?

Existentiële onzekerheid, dat is waar ik altijd in terecht kom wanneer ik over dit soort dingen na ga denken. Misschien moet ik in een hutje op de hei gaan wonen en op koosjere everzwijnen jagen, wie weet kom ik daar mijn ware zelf wel tegen. Want ik weiger in een postmodern vacuüm terecht te komen, waar mijn bestaan onderhevig is aan de interpretatie van mistflarden. Het spijt me dat ik u hiermee vermoeid heb, maar ik moest het even kwijt. En u heeft mij immers zelf verzonnen.


Naschrift:
In de pauze kwam een enigszins verlegen overkomende man met een flassig snorretje naar mij toe gelopen, die wel wat weg had van de broer van Herman Finkers. Hij had mijn column duidelijk erg serieus genomen (hij had de ironie gemist, of ik miste juist de zijne) en zei op zorgelijke toon: 'Dat zal wel een dynamisch huwelijk zijn, dat u daar heeft.' Ik doe mijn publieke optredens in principe uitsluitend voor de boekenbonnen die ik ervoor ontvang, maar soms krijg je nog zoveel méér terug!
Lees meer...   (1 reactie)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl