kasblog.punt.nl
‘Waarom heb je die ouwe eigenlijk dood laten gaan?’ vroeg de jongen, terwijl hij een kaaskoekje in zijn espresso doopte. De man met de groene vlinderdas keek hem verbaasd aan. ‘Dat is toch evident? De lifter hield het verhaal onnodig op.’ De jongen zuchtte. ‘Waarom heb je hem dan op de eerste plaats geïntroduceerd? Ik bedoel, wat was in godsnaam zijn functie?’ De jongen en de man waren de enigen op het zonovergoten terras. Het plein waar dit terras zich bevond strekte zo ver als de horizon. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...
‘Het is toch treurig,’ zei de lichtman tegen de geluidsman. De manager pulkte in zijn neus en smeerde vervolgens zijn vinger af aan een plakje cake. Ik was verbaasd het drietal hier te zien. Naar ik wist was Balthasar nooit meer dan een lifter voor ze geweest. Wie had ze eigenlijk op de hoogte gebracht van zijn overlijden? Ik realiseerde me ineens dat ik mijn muzikantenvrienden sinds Lowlands niet meer had gezien. Zij zouden de hele nacht doorfeesten en misschien was die nacht wel nooit geëindigd. Zorgvlied is ook een soort popfestival, maar dan met lijken in plaats van bandjes. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...
Hoe vreemd sommige situaties ook op het eerste gezicht mogen lijken, ze wennen snel. Toen Annika en ik over gezinsuitbreiding begonnen te praten, hadden we niet gelijk aan een verdwaalde lifter op onze bank en een ontvoerde politicus in de meterkast gedacht. In de tussentijd groeide Bubbeltje gestaag door, want de natuur trekt zich weinig aan van intermenselijke verwachtingen. ‘Zijn jullie eigenlijk wel gehuwd?’ vroeg Maxime, op een van de momenten dat het tape van zijn mond werd gehaald om hem pap te kunnen voeren. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...   (3 reacties)
De lange man die uit de zak gekropen kwam leek in de verste verte niet op Rupert, al was het maar omdat hij zeker een kwart eeuw ouder moest zijn. Toch kwam zijn rood aangelopen gezicht mij wel degelijk bekend voor. Hij had het duidelijk benauwd gehad, de glazen van zijn montuurloze bril waren helemaal beslagen. ‘Wat zijn dit voor praktijken?’ proestte hij, terwijl hij met zijn handen zijn stropdas glad streek. Ik keek Balthasar verbaasd aan, die vol trots terugkeek. ‘Dit is Rupert helemaal niet,’ piepte ik. ‘Jawel,’ zei Balthasar geruststellend, ‘je hebt hem gewoon lang niet meer gezien.’ [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...   (2 reacties)
Twee obsessies vond ik een beetje veel van het goede. Zo natuurlijk als dat maar kan nam Wilfried de plek in van Rupert. Als mijn vriendin de deur uit was, zocht ik overal naar aanwijzingen. Ik bladerde door oude agenda’s en notitieboekjes, probeerde achter het wachtwoord van haar e-mail te komen en doorzocht Facebook. Maar de naam leek nergens aanwezig te zijn. Waarom had mijn geliefde me dan zo genoemd? Aan Rupert dacht ik helemaal niet meer, tot Balthasar over hem begon. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...   (1 reactie)
Was Rupert een obsessie? Misschien, maar het verbaasde me wel hoe gemakkelijk ik hem ook weer vergeten kon. Toen ik die ochtend het festivalterrein op liep moesten de eerste bands nog beginnen met spelen en kwamen de eerste festivalgangers van hun campings aangestrompeld als blije zombies op weg naar het abattoir. [Lees verder op hard//hoofd]
Lees meer...
Goed nieuws voor iedereen die mijn radiorubriek leuk en aardig vindt, maar mijn andersoortige pennenvruchten node heeft gemist: vanaf vandaag zal er weer iedere maandag een column van mijn hand op Hard//hoofd verschijnen. En wel een column verkleed als feuilleton, want aan purisme heb ik een broertje dood. Lees het eerste deel hier.
Lees meer...   (1 reactie)
Wat vooraf ging: K. Bollebroek denkt dat Barman Ted in de aktentas van Peter zit. In het huis met de neurotisch knipperende kerstlichtjes ontmoet hij Manfred, die de haringkar van zijn broer Wilfried gestolen heeft en er met diens vrouw Wilma vandoor is gegaan. Manfred bekogelt K. met vis en blijkt Peter te zijn. Elsa vervangt Ted in café De Vrolijke Smurf en ontmoet Wilfried. Maar is hij het wel?...
 
En dan nu:... de zínderende finale!
 
Tante Pé zwom over de bodem van de Noordzee. Wat een lelijke vissen omringden haar zeg! Hoe lang zwom ze hier eigenlijk al? Tien jaar? Twintig jaar? Maar dat was toch helemaal niet mogelijk?
 
Rutger was niet een man die zich snel opwond. Maar het was toch niets voor Bollebroek om zijn sudoku niet op tijd te hebben ingeleverd. Hij kom hem niet bereiken op zijn huistelefoon en een mobiel nummer had Bollebroek niet. Er moest actie ondernomen worden, want de krant ging over een half uur naar de drukpersen en zonder hun dagelijkse sudoku zouden de mensen maar depressief worden. De boze brieven zouden dan niet te tellen zijn.
 
Niemand op de redactie kende Bollebroek goed. Alleen Wim, die de rebussen bedacht, had wel eens met hem gesproken. Hij wist Rutger te vertellen dat K. met zekere regelmaat het café De Vrolijke Smurf bezocht. Dat café zou nu gesloten zijn, maar toch besloot Rutger er naartoe te gaan. Hij voelde zich net een rechercheur.
 
De deur van De Vrolijke Smurf bleek zowaar open te staan. Rutger trilde van spanning toen hij binnen stapte. Op de grond, tegen de toog en achter de jukebox lagen lijken te baden in bloed en braaksel. Het meisje achter de bar leek nog te ademen, maar haar ingewanden staken uit haar oren. Rutger glunderde van geluk. Niemand zou zijn of haar sudoku missen met zo'n prachtfoto op de voorkant. Wat een primeur! Hij moest snel naar de redactie bellen. Zijn mobiel had echter geen signaal in de kroeg, iets wat Rutger nooit eerder had meegemaakt met dit superblitse model. Snel naar buiten dan maar.
 
Voor de deur van De Vrolijke Smurf stond iets wat Rutger bij binnenkomst niet opgevallen was: een bruine aktentas. Hij kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en maakte hem open. Maar tot zijn grote teleurstelling zat in de tas helemaal niets, behalve een klein geel briefje waarop met blokletters stond genoteerd: 'Communicatie = Fictie'. Toen Rutger om zich heen keek was de straat waar de Vrolijke Smurf stond verdwenen. Hij stond op een verlaten industrieterrein. In de verte knipperden lichtjes.
 
Naast de deur hing een apparaatje. Rutger toetste een code in, terwijl hem het gevoel bekroop dat hij hier al veel vaker geweest was. De deur zwaaide open. Rutger liep naar binnen. Het rook hier aangenaam, vertrouwd. Aan de rechterkant van de reusachtige gang hing een rood fluwelen gordijn. Rutger trok aan het gouden koortje, waardoor het gordijn opzij ging. Wat hij zag verbaasde hem niets. Een gigantisch aquarium, waarin een lelijke oude vrouw tussen dode vissen zwom. Aan haar rechterhand blonk een grote zegelring.
 
De Dichter wist best wel dat Manfred de haringkar in een ravijn had laten storten. Manfred wilde niets meer te maken hebben met zijn roeping als visman, de roeping die ook zijn ondergang betekend had. Uiteindelijk was Wilfried veel gevaarlijker, juist vanwege zijn schijnbare onschuld. Maar De Dichter had zijn infiltrante Elsa op hem afgestuurd. Het kon nu niet lang meer duren voordat de hele zaak was opgelost.
 
''Sjiman sjiman there she goes, sjiman sjiman with eyes of gold.'' Ted kon de klanken niet langer verdragen. Waarom was de kat de enige die hem kon zien? Hoe kon hij ooit ontsnappen uit deze gevangenis van marmer? 
 
De Dichter voelde opeens de onbedwingbare behoefte om een licht-erotisch-getint filmpje te gaan kijken. Vreemd, want daar had hij normaal nooit last van. De Dichter was doorgaans meer van de hardcore. Maar goed, waarom ook niet? De wegen van de mens zijn immers ondoorgrondelijk en er was voor het moment toch niets wat hij kon doen tot hij iets van Elsa zou horen. ''Maar eerst een kop koffie en een sudoku'' zei De Dichter in zichzelf. ''Misschien waait die vreemde drang dan vanzelf wel over''. Hij sloeg de Metro open op de puzzelpagina. Maar wat was dat nou?! Op de plek waar elke dag de sudoku stond, stond nu een advertentie voor een tweedehands Biedermeier-stoel. ''Ja godverdomme!'' zei De Dichter, nu hardop. ''Je kan tegenwoordig ook nergens meer van op aan. Nu is m'n hele routine naar de klote!!'' In de verte klonk moderne jazz.
 
- To never be continued! -
Lees meer...   (1 reactie)
Elsa werkte nog maar een week in De Vrolijke Smurf. Daarvoor was ze secretaresse geweest voor Dhr. Hollerok van Hollerok, Hollerok, Zevenaar & Zonen Inc. Het verschil tussen een eigen bureau en een eigen bar is niet heel groot. En Berend was een aardige werkgever. Het biertjes tappen ging haar goed af. Maar ze wist niet zo goed wat ze aan moest met de man die over de toog gebogen aan het janken was. Hij stonk enorm naar vis. Wat zouden de andere klanten hiervan vinden? Moest ze hem wegsturen? Of een tissue aanbieden? Ze koos voor het laatste. Elsa kende geen inlevingsvermogen, maar dacht aan de omzet. 'Wat scheelt er toch aan meneer?' probeerde ze maar. 'Ach, noem me toch Wilfried', zei de man. 'Mijn hele leven is verwoest. Mijn lieve Wilma, weg. Mijn geliefde haringkar, foetsie. En door die verdomde metrolijn is nu ook nog eens mijn huis ingezakt.' Elsa had al de hele avond cola gedronken en voelde weer een boer opkomen. Uit de jukebox knalde verschrikkelijke eurohouse. Elsa nam nooit de metro. Het idee onder de grond te zitten beangstigde haar. Eén keer had ze de ondergrondse genomen, in Luxemburg was dat. Maar daar wilde ze nu niet aan denken. De dode kattenogen achtervolgden haar nog steeds in haar dromen. Net als het beeld van dat wapperende gordijn van donkerrood fluweel. De hand die daarachter vandaan kwam, de hand met de zegelring. Ze hoorde een klap en zag dat Wilfried van zijn stoel gevallen was. En opeens herkende ze hem.
 
-To be continued...- 
Lees meer...
Aangezien K. allergisch was voor poezen, begon hij onmiddelijk te niezen toen hij het dier zag. ''Gezondheid'' zei Manfred, waarna hij iets uit de schoot van zijn kamerjas pakte en het naar de kat toewierp. Het landde op de vloer vlak naast de poten van de kat. K. zag dat het een haring was. De kat snuffelde er even aan en liep toen met zijn staart in de lucht tussen de benen van K. door de kamer uit. ''De poes heet Maarten'' zei Manfred. ''Maar beste meneer Bollebroek, blijft u daar in de deuropening staan? Treedt deze gezellige kamer toch binnen en neem plaats op de Biedermeier-stoel.''
 
Ted vertelde K. altijd graag over zijn sta-caravan. Hoe fijn het voor hem was in de weekenden de stad te verlaten en de bossen in te rijden. Daar kon hij vissen en tot rust komen. K. kwam in de weekenden nooit in De Vrolijke Smurf, maar Ted's neef Berend scheen dan zijn plaats in te nemen. Hij werkte daar om een pokerschuld die hij bij Ted had af te lossen. Zodoende kon Ted elk weekend de stad verlaten.
 
K. had geen verstand van stoelen. Hij had eigenlijk alleen verstand van sudoku's. Toch kon hij best zien dat dit een mooi exemplaar was. Comfortabel zat het echter niet. De stoel was hard en kraakte. Nog steeds kon hij Manfred's gezicht niet zien. De sigarenlucht maakte in combinatie met de dode haring op de vloer K. een beetje misselijk. Eigenlijk twijfelde hij er niet aan dat Manfred de haringkar van Wilfried gestolen had en er daarna met Wilma vandoor was gegaan. Maar zoiets was toch in het geheel niet mogelijk? K. had het immers allemaal zelf verzonnen.
 
''Houdt u van experimentele jazz?'' vroeg Manfred. ''Dat week ik niet'', zei K., ''maar waar ik eigenlijk voor kwam is Ted. Hij zit in de aktetas van Peter. Die liep net nog achter mij, maar nu is hij verdwenen.''
 
''Maar ik ben Peter'', zei Manfred en hij gooide een kabeljauw naar K.'s hoofd. 
 
-To be continued...-
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl