kasblog.punt.nl
Alleen in Antwerpen #1
  
De afgelopen drie dagen was ik in Antwerpen. Op vakantie, zou je kunnen zeggen. Ik had slechts twee dagen voor mijn vertrek besloten dat een reisje mij wel goed zou kunnen doen. Met de trein naar onze zuiderburen is natuurlijk een peulenschil, daar hoeft niets voor gereserveerd te worden. En ook een jeugdherberg is zo geregeld. Naast twee schone onderbroeken, twee paar sokken, twee t-shirts, een vest, een jas, een handdoek, een paspoort, een portemonnee, een tandenborstel, tandpasta, zeepje, deo, twee boeken, wat tijdschriften, een iPod, een koptelefoon, mobieltje, oplader, een opschrijfboekje en een pen hoefde ik bovendien niets mee te nemen. Dat was snel ingepakt. En Antwerpen is natuurlijk een leuke stad, met mooie gebouwen, lekker eten en vriendelijke mensen. Die vakantie van mij leek dus een peulenschil. Maar nooit eerder was ik op reis geweest zonder reisgenoten. Als kind ging ik op vakantie met mijn ouders. Later met vrienden. En weer later met geliefden. Maar nu was ik alleen. Niet dat er nu een grote uitdaging voor me lag. Ik ben niet een man van uitdagingen en hoop dat ook nooit te zullen worden. Bah, wat heb ik een hekel aan mensen die hun grenzen willen verleggen. Om daar vervolgens anderen mee te vervelen. Nee, als ik in mijn eentje met een knapzak naar Bolivia was vertrokken had ik daarover gezwegen. Juist het kneuterige van een zelfexpeditie in Antwerpen – met een reiskoffertje in een hostel tussen backpackers, met een opschrijfboekje aan een tafel in een sjiek restaurant, waar ik de duurste dingen van de kaart uit zou kiezen – maakt mijn verhaal er eerder een van iemand die zich er al lang bij heeft neergelegd dat grenzen niet verlegd kunnen worden, en men maar beter uit dat begrensde gebied kan halen wat er in zit, omdat het alles is waar je het mee zal moeten doen.

Het hostel waar ik zou verblijven heette Den Heksenketel en was volgens de site (zie hier) ‘hét folkpodium en -café van Antwerpen’ en - volgens dezelfde site - naar een onderzoek uit 2005, 'één van de beste 10 jeugdherbergen wereldwijd'. Ook zouden er poppenkastvoorstellingen rond het vaste personage ‘Robbie den zatte folkie’ te zien zijn. Ik citeer de site: ‘Wie nog niet gehoord heeft van Janus de gladde manager, Hete Mie, de gefrustreerde organisator en de andere personages mag de volgende voorstellingen zeker niet missen.’ Daarnaast lag het hostel in het midden van de stad, op de hoek van de kathedraal, en kostte een verblijf per nacht slechts vijftien schamele euro’s. De avond voor mijn vertrek kwam een goede vriendin films bij me kijken. Lachend vertelde ik dat ik de komende dagen in een plek genaamd Den Heksenketel zou verblijfen. Tot mijn schrik bleek zij het te kennen en er ook weleens te hebben overnacht. Ik verbood haar er ook maar iets over kwijt te laten, ik wilde dat Den Heksenketel voor mij een verrassing zou blijven tot de volgende dag. Maar een deel van het avontuur was nu al verpest, aangezien deze herberg nu algemeen bekend in mijn vriendenkring bleek te zijn en daarmee niet langer een exotisch product dat ik eigenhandig zou ontdekken.

Zonder enige twijfel ontleende het hostel zijn naam aan de eigenaresse ervan. De vrouw die de gigantische granieten deuren van dit piepkleine verblijf voor mij open deed – en op een reusachtige zwijgzame klusjesman na het hele gebeuren in haar eentje leek te beheren – was een kettingrokende dwerg met een snor en slechts één tand in haar mond. Rochelend en spuwend leidde ze mij naar verschillende tussendeuren die elk een eigen toeganscode bleken te hebben. Die code’s schreef zij voor mij op een memo-blaadje dat zijn plakrand al lang geleden verloren had. Nadat ik haar erop wees dat ik tien euro te weinig wisselgeld had terug gekregen van het voorschot dat ik voor mijn verblijf moest betalen, schudde ze met haar hoofd en mompelde iets over Hollanders. Dat het folkpodium en –café momenteel niet in gebruik waren had ze me reeds verteld (‘gij moogt wel uw eigen pintjes meenemen naar het café en het gebruiken als zijnde een living’), naar de poppenkast durfde ik niet te vragen. De traptreden in Den Heksenketel waren zo groot als mijn tenen en sommige zaten los. Ik besloot de komende avonden uit te kijken met alcoholische consumpties, want ik wilde hier toch niet dood aangetroffen worden. Ik deelde mijn kamer met vier Duitse punkers, waarvan een net zijn piemel in een flesje bier had gestoken toen ik binnenkwam. Ik koos voor de onderste verdieping van het stapelbed dat het dichtst bij de deur stond en legde daar mijn koffertje op. Uit het koffertje haalde ik mijn schoudertas met portemonnee, boeken, koptelefoon en iPod, om Den Hekstenketel in de grootste vaart die de traptreden mij toelieten weer te verlaten.

-To be continued...-  

Reacties

keez op 10-05-2009 21:41
Surrealisties!!
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl