kasblog.punt.nl
Grunberg's val
''In de deuropening stond de majoor met Lina, het meisje dat hij had gered uit de weeshuizen van de staat. Hij had zijn best gedaan, hij twijfelde er niet aan dat hij zijn best had gedaan. Er zat geen werkelijk verschil tussen wanhoop en machteloosheid, daarom pakte hij zijn wapen, hoewel hij wist dat hij het niet zou gebruiken, maar hij pakte het toch, terwijl hij het kind bleef vasthouden omdat hij niets anders had, en hij richtte het op zijn vrouw, voor wie hij een zwembad had gebouwd, voor wie hij de regels had overtreden, voor wie hij een kind had gered, voor wie hij Lina mee naar huis had gesleept, en riep: 'Dit is mijn operatie, Paloma, en ik zeg je: je blijft hier en je gaat van dit meisje houden! Jij gaat van dit meisje houden!'''
Arnon Grunberg, Onze oom
 
In De Groene Amsterdammer van 8 mei stond een nogal fel stuk van Henk Broers over het bejubelde schrijverschap van Arnon Grunberg. Aanleiding was de nominatie van Grunberg's meest recente roman Onze oom voor de Libris Literatuurprijs. Inmiddels weten we dat een ander boek die prijs gewonnen heeft, namelijk Godverdomse dagen op een godverdomse bol van de Vlaamse auteur Dimitri Verhulst. Over Verhulst heb ik eerder op dit blog geschreven (zie hier), maar zijn bekroonde roman moet ik nog lezen. Onze oom heb ik echter wel gelezen, tijdens mijn uitgebreid beschreven verblijf in Antwerpen. Grunberg volg ik al sinds ik zijn debuut Blauwe Maandagen op de middelbare school ontdekte en ik kan wel stellen dat hij tot mijn favoriete Nederlandstalige auteurs behoort. Toch was Onze oom geheel langs mij heen gegaan toen het in de zomer van 2008 uitkwam. Normaal koop ik een nieuwe Grunberg zodra het in de winkel ligt, wat dat betreft ben ik een echte fan. Hoe het komt dat deze roman aan mijn alziend oog was ontsnapt weet ik niet, misschien heeft het minder aandacht gekregen in de media dan Grunberg's andere boeken. Misschien dat Nederland een beetje Grunberg-moe begint te worden, misschien dat er een backlash bezig is tegen de ongrijpbare schrijver die steeds weer op ludieke wijze reclame voor zichzelf weet te maken en kinderachtige polemieken niet uit de weg gaat, wat natuurlijk ook een altijd handige vorm van reclame is. Het artikel van Broers lijkt hoe dan ook een heldhaftige poging te zijn het bewierookte fenomeen met een vlijmscherp mes te doorsteken. En niet het media-fenomeen Grunberg, dat zou ook te makkelijk en helemaal niet zo pijnlijk zijn. Immers, 'we vergeven hem al z'n gekke gedoe omdat hij zo'n groots schrijver is, toch?' Nee, Broers richt zich juist op die veronderstelde grootsheid. Hij is van mening dat Grunberg helemaal niet zo'n briljant stilist is als altijd wordt beweerd en vooral mooischrijverij bedrijft: 'Zó citeerbaar wil Grunberg zijn dat hij met levenswijsheid strooit alsof het snoepgoed is, terwijl het hier ook vooral de suggestie van diepzinnigheid is die het meeste werk doet.' Ook vindt hij dat de schrijver teveel analyseert door de mond van zijn personages, in plaats van de interpretaties aan de lezer over te laten. Voor mij was het enigszins beklemmend om dit artikel in De Groene te lezen. Want eigenlijk ben ik het met alle kritiek van Broers honderd procent eens. En toch blijft Grunberg een van mijn favoriete auteurs. Dat wringt.
 
Het artikel van Broers had ik nog niet gelezen toen ik mij in Antwerpen door Onze oom heen worstelde. Een makkelijke bevalling was het lezen van dat vuistdikke boek zeker niet. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van een niet nader genoemde oorlog in een niet nader genoemd (maar vermoedelijk Zuid-Amerikaans) land. Ene majoor Anthony leidt een operatie waarbij een verdacht echtpaar per abuis wordt omgelegd. Hij 'adopteert' hun achtjarige dochter Lina, omdat zijn zaad dood is en het zwembad dat hij in zijn tuin heeft laten bouwen de kinderwens van zijn echtgenote Paloma niet heeft kunnen wegnemen. Paloma is echter niet blij met de verrassing die hij voor haar meeneemt. Ze kan Lina niet als haar eigen kind accepteren, hoe zeer majoor Anthony ook zijn best doet haar (en zichzelf) te overtuigen dat zij nu Lina's ouders zijn. Het enige wat Paloma het meisje kan bieden is een paar vuilroze pantoffels. Lina is in de veronderstelling dat haar vader en moeder nog in leven zijn en dit verblijf bij de vreemde majoor, zijn hysterische vrouw en hun zwijgzame huishoudster een 'test' is. Wanneer de majoor op een heilloos konvooi gaat om troepen te bevoorraden - door de luitenant-generaal, Paloma's geheime minnaar, erop uit gestuurd met de domste soldaten en het slechtste materieel - ontsnapt Lina, vastbesloten haar ouders te zullen vinden.
 
Onze oom valt eigenlijk uiteen in twee verhalen: dat van majoor Anthony, hoe hij probeert de oorlog thuis te winnen en vervolgens eindigend als aangeklaagde in een Eichmann-achtig tribunaal (verreweg de mooiste scene uit het boek) en dat van Lina, wier hele leven we volgen nadat zij uit het huis van de majoor is ontsnapt. Die twee verhalen verschillen nogal van stijl. Het Anthony-gedeelte is typisch Grunbergiaans, met vele herhalingen van gedachtes en absurde dialogen. Het verhaal van Lina wordt bijna verteld als een soort spannend sentimenteel kinderboek, denk aan Alleen op de wereld. En waar in het ene deel de tijd zo traag loopt dat we van minuut tot minuut te lezen krijgen wat Anthony doet en denkt (en hij doet niet zoveel en denkt steeds hetzelfde), daar springen de jaren voorbij op de pagina's die over Lina gaan. En al zullen deze verschillen een zeer bewuste keuze van Grunberg zijn geweest, waar vast een of ander idee achter schuilgaat, ik als lezer krijg een nogal rommelige indruk van de algehele compositie van deze roman. De twee interessantste personages worden dan ook nog eens pas helemaal tegen het einde van het boek geïntroduceerd: een ijdele pamflettenschrijver en een journalist die alles van wapens weten wil. Het lijken beide afsplitsingen van Grunberg zelf te zijn en ik was ze graag eerder in het boek tegen gekomen. Nu lijkt het erop dat ze er slechts als noodgreep bij worden gesleept om de banale boodschap van de roman nog eens extra onder onze neus te drukken. Want Onze oom is overduidelijk een boek dat de lezer wil laten zien hoe idealisme onvermijdelijk resulteert in bloedbaden en Grunberg - lange tijd door iedereen beschouwd als nihilistisch absurdist - doet er weinig aan zijn werkelijke aard als moralist te camoufleren. Nu heb ik niets tegen moralisme, maar het zit me geenszins lekker dat in zo'n belachelijk dik boek de deuren zo wagenwijd openstaan. Een creatieve intelligente geest als Grunberg had in de 640 pagina's die dit boek telt toch wel met wat meer kunnen komen dat dit? Of heb ik het allemaal verkeerd begrepen en is dit hele werk één grote parodie op kitscherige oorlogsromans? Maar als dat zo is kan je wel aan de gang blijven. Ik bedoel, dan kan ik net zo goed niets meer lezen.
 
Het frustrerende is dat er in Onze oom een meesterwerk schuilt. Een meesterlijke novelle ieder geval. Broers stelt in zijn artikel terecht dat Grunberg teveel uitlegt, maar ik heb me er eerder nooit zo aan gestoord. In dit boek hadden de observaties echter voor zichzelf gesproken en aan kracht gewonnen zonder enige analyse. De motieven van de personages aan de interpretatie van de lezer overlaten had namelijk een confonterender werk opgeleverd, een urgenter werk. Er staan een aantal prachtige passages in Onze oom. Het vernederende proces dat de majoor krijgt wanneer hij in de handen van de vijand is gevallen behoort zelfs tot het beste wat Grunberg ooit geschreven heeft, omdat hij ervoor zorgt dat je meeleeft met de majoor wanneer die zijn daden verdedigt met de redenering dat hij slechts orders van hogerhand heeft opgvolgd en de misdaden tegen de mensheid waarvoor hij wordt terecht gesteld buiten zijn verantwoordelijkheden vielen. Wat mij betreft had daar het hele boek wel over mogen gaan, over hoe menselijk die onmenselijke logica eigenlijk wel niet is. Misschien ook niet een geheel gesloten deur, maar het werkt wel beklemmend, het doet tenminste iets met je. Hoe Lina haar onschuld verliest en opgroeit tot koelbloedige wapenhandelaar laat mij dan weer volledig koud, het is een flets stripverhaal en niet meer dan dat. En een majoor met dood zaad is natuurlijk te kinderachtig voor woorden, een pseudo-psychoanalytische semi-soap.
 
Ik heb me geërgerd tijdens het lezen van Onze oom, maar ik heb bij vlagen ook erg genoten. In mijn ogen blijft Grunberg een groots schrijver, ook met een mindere roman. Hij is dit keer wellicht te gemakzuchtig geweest, of had juist teveel pretenties. Of misschien wel allebei, kwam het op hetzelfde neer. Ik blijf fan, maar wat scherpe kritiek tegen het eeuwige wonderkind - zoals in het artikel van Broers - lijkt me geen ongezonde ontwikkeling. Grunberg is vanaf het begin van zijn carrière overladen met lof, nu is het tijd voor hem om in te zien dat hij niet overal mee weg kan komen. Volgende keer graag weer een echt meesterwerk!

Reacties

keez op 07-06-2009 23:57
grappig. ik kan meergens welvinden in je kritiek, maar heb er tijdens het lezen geen seconde zelf op die manier aan gedacht en ben er als een trein doorheen gegaan, genietend van iedere pagina.
maar een 'de asielzoeker' is het ook in mijn ogen niet.
 
ps. zien we elkander morgen bij the pains of being pure at heart?hebben we het er onder het genot van een pintje nog weleven over die pseudo-psychoanalytische semi-soap...
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl